Nieuws

Nieuwsbericht | 09-12-2011

Het kabinet wil uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk dienstverband die ziek zijn, sneller aan het werk krijgen. 

De ministerraad heeft op voorstel van minister Kamp (SZW) ingestemd met een aanscherping van de Ziektewet.

Werknemers met tijdelijke contracten zijn gemiddeld langer ziek dan mensen die in vaste dienst werken en komen ook vaker in de WIA terecht. Als werknemers minder lang in de Ziektewet zitten, bespaart de overheid bijna €300 miljoen aan uitkeringen.

Werkgevers

Het kabinet wil werkgevers stimuleren meer aan preventie en zorg te doen door de premie te verhogen als er meer mensen in de Ziektewet zitten. Bij kleine werkgevers wordt gekeken naar het aantal mensen dat in de betreffende sector in de Ziektewet belandt.

Werknemers

Ook flexibele werknemers moeten aansporingen krijgen om te re-integreren. Daarom wordt op 1 januari 2013 de hoogte en duur van de uitkering afhankelijk gemaakt van het arbeidsverleden. Werknemers krijgen in eerste instantie 70% van hun loon. Afhankelijk van het aantal gewerkte jaren wordt dit teruggebracht tot 70% van het minimumloon. Een werknemer heeft maximaal 24 maanden recht op een uitkering.

Passend werk

UWV beoordeelt na 1 jaar ziekte of iemand die het eigen werk niet meer kan doen, misschien wel ander passend werk kan verrichten. Ook kan UWV tot een proefplaatsing van maximaal 6 maanden besluiten.

Uitzendbureaus moeten vanaf 1 januari 2013 het loon van hun uitzendkrachten 2 weken doorbetalen als ze ziek worden.

Documenten en publicaties

Sneller aan het werk vanuit de Ziektewet

De ministerraad heeft op voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een aanscherping van de …

Persbericht | 09-12-2011 | SZW

Wat mag je vragen bij de sollicitatie? (oktober 2011)

Als een sollicitant op gesprek komt, dan zijn de behaalde diploma’s en werkervaring natuurlijk belangrijk. Wat ook nuttig is om te weten is de verzuimhistorie van de kandidaat werknemer. Dat mag je echter niet vragen. Het blijkt echter dat sommige werkgevers hierover toch vragen stellen. Dat zou kunnen komen omdat de Wet op de Medische Keuringen (Wmk) dit nogal onduidelijk verbiedt.
Artikel 4, tweede lid van de Wmk bevat een verbod op het stellen van gezondheidsvragen bij ‘andere beoordelingen’ dan een ‘medische keuring’. Volgens een evaluatie van de Wmk is het denkbaar dat een aanzienlijk deel van de werkgevers niet beseft dat het begrip „keuring? eveneens betrekking heeft op gezondheidsvragen in sollicitatiegesprekken. Daarom worden de termen “andere beoordelingen” en “medische keuring” voortaan niet meer gebruikt.
Vanaf nu dus concentreren op de diploma’s. En vergeet niet te vragen of de werknemer zichzelf lichamelijk en geestelijk in staat acht de aangeboden werkzaamheden te verrichten.

Geen periodieke beoordelingen meer voor IVA (oktober 2011)

Het UWV heeft theoretisch de mogelijkheid om volledig arbeidsongeschikte werknemers met geringe kans op herstel een IVA uitkering toe te kennen. Deze arbeidsongeschikte wordt in een dergelijk geval jaarlijks herkeurd in de eerste vijf jaar van de IVA uitkering.

Minister Kamp wil van deze beoordelingen af. Uit de WIA-evaluatie blijkt volgens hem dat het UWV zorgvuldig te werk gaat bij de vaststelling of sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid. Daarbij komt dat de jaarlijkse herbeoordeling bij „geringe kans op herstel? in bijna alle gevallen tot een ongewijzigde vaststelling leidt. Om deze redenen hebben  herbeoordelingen geen toegevoegde waarde, aldus Kamp.  In een wetsvoorstel wordt de bepaling van jaarlijkse herkeuring uit de WIA geschrapt.

Een bijkomend voordeel is natuurlijk kostenbesparing.  De beperking van de administratieve lasten wordt voor de betreffende doelgroep geraamd op een kleine 4.000 uur per jaar. Daarnaast leidt de wijziging tot een beperkte besparing op de uitvoeringskosten van het UWV.  Het UWV kan overigens wel (op verzoek) besluiten een herbeoordeling te verrichten.

Enkwest vindt het prima, maar nog beter als werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn en een geringe kans op herstel hebben, standaard in de IVA belanden in plaats van in de WGA.

Premiekorting voor kleine werkgevers (aug. 2011)

Werkgevers worden gestimuleerd om werknemers met een WW of WIA-uitkering aan te nemen. Een grote stimulans daarbij is de premiekorting op de WW en WIA premies. Kleine werkgevers kunnen echter niet altijd de volledige korting verzilveren, omdat het bedrag wat zij aan WW en WIA premie betalen, lager is dan de korting. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil hier verbetering in aanbrengen. Omvormen van een korting naar een bonus behoort volgens hem niet tot de mogelijkheden. Wel zal een werkgever vanaf 2012 de korting niet alleen op WW en WIA premie kunnen toepassen, maar ook op de premies ten behoeve van de sectorfondsen. Omdat deze premies per sector verschillen kan er per kleine werkgever dus wel verschil ontstaan in hoogte van premiekorting.

Als de 65-plusser ziek wordt

Arbeidsparticipatie begint een aardig modewoord te worden. Binnen de sociale zekerheid draait het hoofdzakelijk om meer en langer werken. Langer werken wordt nu nog tegengewerkt door de magische grens van 65 jaar. Staatspensioen staat werken op zich niet in de weg, maar er zijn een aantal arbeidsrechtelijke hobbels.

Minister Kamp heeft de Tweede Kamer laten weten graag een lichter arbeidsrechtelijk regime te willen hebben bij werknemers die na hun 65e doorgaan met de arbeidsparticipatie. We moeten daarbij denken aan een beperking van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en minder eisen op het gebied van re-integratie. De wijzigingen moeten het voor werkgevers aantrekkelijker maken om ouderen in dienst te nemen en in dienst te houden. Ziekte van oudere werknemers is een kostbaar probleem. Medisch herstel duurt gemiddeld langer en de mogelijkheden voor passende arbeid 1e spoor, laat staan 2e spoor, zijn lastiger dan bij jongere collega’s. Loondoorbetaling en re-integratie gedurende maximaal 104 weken is dan zeer kostbaar en blijkt bovendien lastig verzekerbaar. Een welkome wijziging dus. Verder zullen er voorstellen gedaan worden om het makkelijker te maken 65-plussers (meer) tijdelijke contracten te geven.

Arbeidsongeschiktheid Actueel

In de vorige nieuwsbrief is ingegaan op de nieuwe premiekortingsregeling voor oudere uitkeringsgerechtigde werknemers. Minister Donner heeft meer in het vat; een uitbreiding van de no risk polis ZW. Verder wordt er aandacht besteed aan de werktijdverkorting (WTV) in relatie tot ziekte.

Wetsvoorstel: Compensatieregeling voor loonkosten bij langdurige ziekte oudere (voorheen werkloze) werknemers

De overheid stimuleert ouderenparticipatie.  Voor ouderen is het al financieel aantrekkelijk om aan de slag te gaan of te blijven. Zij profiteren bijvoorbeeld van de inkomstenverrekening in de WW en voor degenen die 57 jaar of ouder zijn geldt een verhoogde arbeidskorting waardoor het netto-inkomen uit arbeid stijgt. Voor degenen van 62 jaar en ouder wordt werk aantrekkelijker gemaakt doordat hun een doorwerkbonus wordt verleend.  Langdurig werklozen hebben hier echter niets aan. Met dit wetsvoorstel beoogt de overheid twee doelen: verhoging van de arbeidsparticipatie en verlaging van het aantal langdurig uitkeringsgerechtigden.

We kennen allemaal het stigma; ouderen zijn vaak en langdurig ziek. Om te zorgen dat oudere werkelozen een grotere kans krijgen op de arbeidsmarkt voert het kabinet per 1 juli 2009 een compensatieregeling in. Deze regeling compenseert de werkgever die wordt geconfronteerd met de loonkosten van langdurig zieke oudere werknemers die minimaal een jaar werkeloos waren voor ze in dienst kwamen.

Oude regeling

Momenteel bestaat een dergelijke regeling niet. Een werkgever heeft alleen recht op compensatie van ziekengeld indien zijn werknemer een ‘arbeidsgehandicapte’, of ‘structureel functioneel beperkte’ is. Dit geldt uiteraard niet per definitie voor een oudere werkloze werknemer. Wel geldt er voor het aannemen van oudere uitkeringsgerechtigde werknemers, waaronder de WW, een premiekorting voor de werknemersverzekeringen. Hier heeft de werkgever bij ziekte alleen geen baat bij.

Bij ziekte van de (voorheen langdurig werkloze) werknemer gelden de normale regels vanuit het Burgerlijk Wetboek. Dat houdt in 104 weken loondoorbetaling van minimaal 70% van het loon. Het eerste jaar mag er niet minder dan het minimumloon worden uitgekeerd. Deze financiële verplichting bij ziekte kan een drempel voor werkgevers zijn om een oudere werkloze in dienst te nemen. De nieuwe regeling moet deze drempel wegnemen.

Inhoud nieuwe regeling

De nieuwe regeling is van toepassing op werknemers, die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 55 jaar of ouder zijn, na die datum in dienst worden genomen en voorafgaand aan de indiensttreding minstens 52 weken werkloos zijn geweest. De 52 weken werkloosheid zijn gekozen omdat het moet gaan om oudere werklozen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben.

Werkgevers die deze oudere en langdurig werklozen in dienst nemen, krijgen als de werknemer langer dan dertien weken ziek is, het loon dat zij tijdens ziekte doorbetalen gecompenseerd. Vanaf de 14e week van ziekte heeft de werknemer recht op ziekengeld op grond van artikel 29d van de ZW krijgt. Dit is de zogenaamde no risk polis Ziektewet. Het voordeel hiervan is dat deze no-risk polis bij de meeste werkgevers al bekend is.

De reden om (pas) vanaf de 14e week te vergoeden ligt in de verzuimstatistiek van oudere werknemers. Oudere werknemers melden zich, in tegenstelling tot het eerder aangehaalde stigma,  minder vaak dan gemiddeld ziek maar kennen vaker een langdurige ziekteperiode.

Financiële gevolgen

De vergoeding vanuit de no risk polis Ziektewet bedraagt 70% van het (gemaximeerde) dagloon. Als de werkgever in het eerste jaar van ziekte normaal gesproken meer betaalt dan neemt de no risk polis dat percentage (met een maximum van 100%) over. Ook de termijn van dekking vanuit de no risk polis geldt voor de oudere werkloze. Ziekte die is aangevangen binnen vijf jaar na aanvang van de dienstbetrekking valt daarmee onder de dekking.

De voordelen zijn daarmee nog niet op. Normaal gesproken moet een werkgever boeten voor WGA instroom die vanuit zijn onderneming plaatsvindt. De werkgever krijgt dan een opslag op zijn WGA gedifferentieerde premie onder het mom van: ‘de vervuiler betaalt’. Instroom vanuit de Ziektewet wordt echter buiten beschouwing gelaten. Mocht de oudere werkloze dus na zijn ziekteperiode waarin een Ziektewetuitkering is verstrekt uiteindelijk in de WGA terecht komen, dan heeft de werkgever daar geen financieel nadeel van.

Toch is er nog een onderdeel dat wel op het bordje van de werkgever blijft liggen; de re-integratie. De werkgever is verantwoordelijk is om de noodzakelijke re-integratieactiviteiten tijdens de ziekteperiode te verrichten. Dit werkt kostenverhogend en bij het uitblijven van voldoende re-integratie-inspanningen kan de werkgever ook nog een poortwachtersanctie tegemoet zien.

Tijdelijke regeling

Slechts een laag percentage van de 55-plussers komt na een jaar werkloosheid opnieuw aan het werk. In de leeftijdscategorie van 55 tot 65 jaar is het langdurige ziekteverzuim meer dan gemiddeld. De voorgestelde regeling is daarom gericht op langdurig werklozen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 55 jaar of ouder zijn. Binnen enkele jaren heeft de “babyboomgeneratie” de arbeidsmarkt verlaten en zullen ook oudere werknemers hard nodig zijn. Hierdoor zal de arbeidsmarktpositie van ouderen verbeteren en de compensatieregeling overbodig moeten zijn.

De voorgestelde datum van invoering is 1 juli 2009. Omdat de regeling geldt voor personen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 55 jaar en ouder zijn, zal de regeling op 1 juli 2019 vervallen.

Ziekte bij werktijdverkorting

Het zal niemand zijn ontgaan dat de kredietcrisis zijn invloed heeft op de arbeidsmarkt. Een forse toename in het aantal ontslagen is het gevolg. Om bedrijven die in zwaar weer verkeren de helpende hand te beiden is een tijdelijke regeling in het leven geroepen: de bijzondere regeling werktijdverkorting (WTV).

Inhoud van de regeling

De regeling werktijdverkorting is een soort WW voor de werkgever. Het houdt in dat de werknemer in dienst blijft en normaal zijn loon ontvangt. Voor dat loon draait hij echter minder dan de afgesproken uren. Voor deze minder gewerkte uren ontvangt de werkgever een WW uitkering.

Zieke werknemer

De inhoud van de regeling zorgt ervoor dat er bij ziekte geen verschil is ten opzichte van een ‘normale’ situatie. De werkgever betaalt het loon door bij ziekte. Ook de vergoeding vanuit de werktijdverkortingregeling zal aan de werkgever vergoed blijven worden. Indien de werkgever zijn loondoorbetaling bij ziekte heeft verzekerd, dan verandert de claim. De loondoorbetaling voor de werkgever is immers lager. Daar staat tegenover dat het verzekerde salaris en daarmee de premie ook lager uitvalt. Dit zal in de praktijk niet of nauwelijks voorkomen omdat de werktijdverkorting met name een instrument voor grote werkgevers is. Deze werkgevers zijn voor het risico van loondoorbetaling bij ziekte doorgaans eigen risicodrager.

Bron: Enkwest

Bedrijven kunnen deeltijd WW aanvragen

Bedrijven kunnen deeltijd-WW aanvragen. Werkgevers kunnen door deeltijd-WW werknemers behouden, die ze door de crisis anders zouden moeten ontslaan. De regeling is bedoeld voor bedrijven die voldoende gezond zijn om door de crisis heen te komen, ondanks een tijdelijk tekort aan omzet en orders. Veel bedrijven hebben de behoefte om gespecialiseerde vakkrachten te behouden voor als in de toekomst de vraag weer aantrekt.

De werknemers blijven gedurende de deeltijd-WW in dienst bij de werkgever. De werknemers hoeven tijdens de deeltijd-WW niet te solliciteren of een re-integratietraject te volgen. Tijdens de deeltijd-WW verbruiken werknemers opgebouwde WW-rechten. Zij bouwen over de gewerkte uren nieuwe rechten op.

De werkgevers kunnen voor hun werknemers deeltijd-WW aanvragen na instemming van de vakbonden of een andere vertegenwoordiging van werknemers (afhankelijk van het aantal werknemers). Meningsverschillen kunnen worden gemeld bij een door de minister in te stellen meldpunt. Deeltijd-WW wordt in eerste instantie toegekend voor drie maanden, werkgevers kunnen vervolgens twee keer een verlenging met zes maanden aanvragen. De werkgever dient met de werknemersvertegenwoordiging afspraken te maken over scholing en detachering tijdens de periode van deeltijd-WW.

Het is de bedoeling dat de werknemer na afloop van de deeltijd-WW weer volledig gaat werken bij zijn werkgever. Als de werkgever hem toch tijdens de periode van deeltijd-WW ontslaat, moet de werkgever het Uitvoeringinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) de helft van de betaalde werkloosheidsuitkering terugbetalen. Dat is ook het geval als de werkgever de werknemer binnen een bepaalde periode na afloop van de deeltijd-WW ontslaat.

De regeling deeltijd-WW is 2 april 2009 gepubliceerd in de Staatscourant en staat op de site www.szw.nl. Bedrijven kunnen de benodigde formulieren   binnenkort downloaden van de site www.uwv.nl. De deeltijd-WW komt in de plaats van de bijzondere regeling voor werktijdverkorting, die op 21 maart 2009 is afgelopen.

Aantal faillissementen verdubbeld

In februari hebben 493 bedrijven hun deuren moeten sluiten. Dit is een verdubbeling vergeleken met februari 2008. Het consumentenvertrouwen is de afelopen maanden dan ook duidelijk afgenomen.

Vooral de uitzendbranche is flink getroffen. Vergeleken met januari nam het aantal faillissementen met maar liefst 70% toegenomen. Vergeleken met februari is de toename zelfs 233%.

Niet alleen de uitzendbranche is getroffen, maar ook de transportsector en de makelaardij.

De sterkste toename van het aantal faillissementen was in de provincie Utrecht. In Friesland was die het minst, namelijk 7%.

Gevaarlijk werk met heftrucks aangepakt

Het aantal ongevallen met een heftruck ligt relatief hoog. Jaarlijks vallen gemiddeld vijf doden na een ongeval met heftruk. Daarnaast melden zich nog eens zo’n 1700 slachtoffers op spoedeisende hulp.

Allerlei inspanningen om het aantal ongevallen omlaag te brengen heeft niets opgeleverd. Ongevallen met heftrucks staan zelfs in de top 4 van ongelukken op de werkvloer met daarbij grote gezondheidschade voor werknemers.

Dit jaar gaat de arbeidsinspectie dan ook op grote schaal controleren in magazijnen, bij distributiecentra en groothandels. Gelet wordt op het feit dat de chauffeurs niet in strijd met de regels anderen laten meerijden op de heftrucks. De inspectiedienst gaat zich inzetten om het gebruik van elektrische heftrucks te bevorderen.

Werkzaamheden met heftrucks kenmerken zich door een grote mate van bewegingsvrijheid. Ook bij het werken door volwassenen met heftrucks komen regelmatig ongevallen voor, waarbij de ernst van de ongevallen opvalt. Een heftruck is een arbeidsmiddel met een hoog veiligheidsrisico. Factoren die hierbij een rol spelen zijn dat een heftruck:

  • een hoog zwaartepunt heeft;
  • een enorme massa heeft;
  • een hoog risico heeft dat deze bij wendingen kantelt;
  • gestuurd wordt via de achterwielen waarbij er veel achteruit wordt gereden;
  • er vaak met geheven last wordt gereden, waardoor het overzicht van de bestuurder beperkt is;

Daarbij komt dat heftrucks voorzien zijn van een constructie ter bescherming van vallende voorwerpen die bij het kantelen de chauffeur bekneld kan doen raken. Met heftrucks wordt vaak op gladde vloeren gereden, waardoor de beheersing van situaties wordt beperkt. De factoren – in combinatie met onverwachte en onoverzichtelijke situaties – maken de arbeid met heftrucks bijzonder risicovol.

Arbeidsongeschiktheid Actueel

Heeft de kredietcrisis gevolgen voor het advies rond inkomensverzekeringen? Of op ziekte en arbeidsongeschiktheid zelf. In dit artikel komen we daar op terug.

Kredietcrisis en advisering

De gevolgen van de kredietcrisis is overal merkbaar. Ook bij de advisering rond inkomensverzekeringen. En dan met name bij die bedrijven die nog geen WGA-eigen risicodrager zijn geworden. Voor heel veel van hen is het nu eerst zaak om ‘de boel onder controle te krijgen’. Hierdoor is het minder eenvoudig om het WGA-eigen risicodragerschap aan te kaarten.

Daarnaast speelt een rol dat als er sprake is van WGA-eigen risicodragen, er ook vaak inlooprisico is. Dit kan gefinancierd worden, bijvoorbeeld door middel van een eenmalige koopsom. Of een premieverhoging voor een bepaalde contractsduur. Afhankelijk van het type bedrijf is hier momenteel wel of geen financiële ruimte beschikbaar. Organisaties die met veel vreemd vermogen zijn gefinancierd, hebben een hoge schuldenlast en weinig eigen vermogen. Daar staan tegenover organisaties die veel eigen vermogen hebben (bijvoorbeeld familiebedrijven), waardoor er een andere geldstroom is. Hou hier rekening mee met uw advisering.

Daarbij komt dat van de WGA’ers met verdiencapaciteit het niet eenvoudig zal zijn om tot werkhervatting te komen. Want werken is immers lonend. In nieuwsbrief 36 hebben we aan de hand van de cijfers laten zien dat dit in slechts 50% van de gevallen lukt. De economische recessie zal deze groep gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkzoekers geen goed doen! Verzekeringen die uitgaan van het wel of niet benutten van de verdiencapaciteit krijgen hiermee een andere positie.

Kredietcrisis en gevolgen ziekte en arbeidsongeschiktheid

Het UWV heeft in de kwartaalverkenning 2008-IV inzicht gegeven in hun visie op de mogelijke gevolgen van de kredietcrisis. Hieronder treft u een korte samenvatting aan. Wat geldt voor de Ziektewetpopulatie geldt overigens ook voor de reguliere werknemer, want herplaatsing in het bedrijf of buiten het bedrijf zal door de economische recessie lastiger worden.

Gevolgen voor arbeidsongeschiktheidswetten beperkt

Op zich is de verwachting dat de invloed van de recessie op de instroom in de arbeidsongeschiktheidswetten in 2009 beperkt zal zijn. Toch is niet zeker wat er gebeurt met de instroom in de WIA tijdens een recessie. De daling van de instroom in de WAO/WIA in de jaren 2002 – 2006 is namelijk voor een belangrijk deel veroorzaakt door het feit dat werkgevers in staat zijn geweest de gezondheidsproblemen van hun werknemers op te vangen binnen het eigen bedrijf of door uitplaatsing naar een ander bedrijf. De vraag is of werkgevers bij de economische neergang in staat blijven om werknemers met gezondheidsproblemen of met beperkingen in functioneren op deze wijze binnenboord te houden. Wanneer dat niet het geval is kan het aantal aanvragen voor de WIA gaan stijgen.

Meer gevolgen voor de ZW-vangnetgroepen

De invloed van de recessie op het Ziektewet-vangnet manifesteert zich via de omvang van de drie belangrijkste vangnetgroepen: uitzendkrachten, zieke werklozen en einde dienstverbanders (ook wel overige flexwerkers genoemd). De ontwikkeling van het aantal uitzendkrachten loopt voor op de conjunctuur. In 2008 is al een daling opgetreden van het aantal uitzendkrachten en daarmee ook in het aantal toekenningen in het vangnet Ziektewet. Deze daling zal zich in 2009 en in 2010 voortzetten. Het aantal werklozen neemt toe tijdens een recessie en daarmee ook het aantal zieke werklozen. Omdat sinds mei 2007 uitsluitend nog werklozen in het vangnet-ZW komen die tenminste 13 weken ziek zijn, is de stijging van deze vangnetgroep geringer dan bij de vorige recessie.

Vangnetters blijken op een aantal belangrijke factoren ongunstiger te scoren dan reguliere werknemers die langdurig ziek zijn. Deze factoren bleken bij onderzoek van invloed zijn op de snelheid van werkhervatting. Er is bij hen sprake van een meervoudige problematiek, waarbij andere factoren dan alleen objectieve gezondheidsklachten een rol spelen bij herstel en werkhervatting.

Vangnetters hebben geen werkgever (meer), waardoor een geleidelijke hervatting in een aangepaste functie moeilijk is. Ook kan het aannamegedrag van werkgevers een obstakel zijn. Werkgevers kunnen terughoudend zijn iemand met gezondheidsklachten in dienst te nemen vanwege het mogelijke risico op extra ziekteverzuim.

Voor een zieke vangnetter zal een werkgever doorgaans ook minder snel bereid zijn taken en functies aan te passen dan voor een bekende al in dienst zijnde werknemer. Het blijkt bij hen ook soms tekort te schieten aan werkervaring en aan werkritme.

WIA (stand van zaken, 2008 4e kwartaal)

Instroom en lopend bestand hoger dan verwacht

Op grond van de realisaties wordt de verwachting van het aantal toekenningen iets naar boven bijgesteld ten opzichte van de raming in de vorige raming. Dat geldt ook voor het aantal mensen dat aan de poort verschijnt en waarover beslissingen genomen moet worden. Daarnaast is de verhouding WGA/IVA in de instroom bij de ramingen aangepast. Het aandeel van de WGA in de instroom komt iets hoger uit dan eerder verwacht was. In lijn met deze ontwikkelingen wordt nu voor 2009 een instroom van 25.400 geraamd (17.800 WGA en 7.600 IVA). Ultimo 2009 wordt een bestand verwacht van 78.900, waarvan 59.300 WGA.

Bron: Enkwest Opleiding & Advies B.V.

Slechts 1 op de 5 bedrijven voorbereid op een hartaanval?

9-2-2009 Uit recente cijfers van de Nederlandse Hartstichting blijkt dat er per dag 43 mensen in Nederland worden getroffen door een hartaanval. Dit kan op elk willekeurig moment iedereen overkomen, dus ook op het werk. Voor AED.nl was dit gegeven aanleiding om een onderzoek te gaan doen naar het aantal bedrijven dat beschikt over een AED (Automatisch Externe Defibrilator). Uit het onderzoek kwam naar voren dat ongeveer 20% van de bedrijven beschikt over een AED op de werkvloer.

Automatisch Externe Defibrillator (AED)
Een AED is een apparaat dat het hart van slachtoffers van een hartstilstand met behulp van elektroschokken weer op gang kan brengen. In Nederland hangen naar verluid tussen de 10.000 en 20.000 AED’s. Deze zijn vooral te vinden bij bijvoorbeeld kantoren, luchthavens, winkelcentra of sportscholen. Als iemand binnen 6 minuten na een hartstilstand met behulp van een AED wordt gereanimeerd, is de overlevingskans vaak meer dan 50%. Bovendien is de kans op langdurige revalidatie door blijvend hersenletsel veel kleiner, mits er snel gedefibrilleerd wordt. Een AED is overigens 100% veilig en kan door iedereen eenvoudig bediend worden.

Telefonisch onderzoek onder 180 bedrijven
Voor het onderzoek heeft AED.nl een telefonische enquête gehouden onder ruim 180 bedrijven uit diverse branches. De benaderde bedrijven werden vragen gesteld als:
-  Is er op het bedrijf een AED aanwezig?
-  Zo ja, welk merk of type AED heeft uw bedrijf?
-  Wat is de omvang van uw bedrijf?
-  Wat is een belemmering in aanschaf?

Resultaten van het onderzoek
De resultaten tonen aan dat gemiddeld gezien één op de vijf bedrijven een AED op de werkvloer heeft. Bij bedrijven met meer dan 100 medewerkers is het aandeel hoger, namelijk ruim één op vier.
Bij navraag bij de bedrijven die nog niet over AED beschikken, bleek dat vooral de prijs een belangrijke belemmering is.

Bron: www.arboportaal.nl